Tagarchief: belangenverstrengeling

HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker: veilig of niet?

Eind maart 2018  was in de media te lezen “Vaccin baarmoederhalskanker blijkt effectiever dan verwacht.” Deze kop was gebaseerd op het promotieonderzoek van RIVM-onderzoekster Robine Donken die onderzoek deed naar de effectiviteit van HPV-vaccinatie tegen het humane papillomavirus (HPV) dat met baarmoederhalskanker in verband wordt gebracht. In haar rapport heeft Donken de discussie over de veiligheid zorgvuldig vermeden, terwijl juist die veiligheid  voor veel ouders een punt van zorg is en hen terughoudend maakt om hun dochter te laten inenten.

Dit artikel belicht enige aspecten van de HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker om u te helpen bij het maken van een verantwoorde keuze voor de gezondheid van uw kind.

Door C.F. van der Horst

28 mrt 2018

Geen 20 maar zes jaar

Donken heeft de gegevens tot zes jaar na vaccinatie bekeken, terwijl de Gezondheidsraad in 2008 in zijn rapport over HPV-vaccinaties schreef: “Lastiger is het om te bepalen of voldaan wordt aan het tweede criterium: de effectiviteit in het voorkomen van ziekte. Omdat de vaccins pas recent zijn ontwikkeld en de tijd die verstrijkt tussen infectie met HPV en het ontstaan van baarmoederhalskanker gemiddeld zo’n twintig jaar bedraagt, hebben we nog geen gegevens waaruit een daling blijkt in het aantal gevallen van baarmoederhalskanker [nadruk toegevoegd].”

Donken heeft desondanks al na zes jaar een stellige uitspraak over de effectiviteit van de HPV-vaccinatie gedaan.

De Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad is volgens de eigen website een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan voor regering en parlement

Genderneutrale vaccinatie?

Tot dusver zijn de HPV-vaccinaties tot meisjes gelimiteerd, maar er komt hier volgens Donken, een voorstander van genderneutrale vaccinatie, snel een einde aan. Ze schrijft: “Gezien de uitgebreide ontwikkelingen op het gebied van HPV start de Nederlandse Gezondheidsraad vanaf 2017 een nieuw adviestraject met betrekking tot HPV-vaccinatie, zowel voor jongens als voor meisjes.”  Een van de redenen waarom jongens ook gevaccineerd zouden moeten worden is “de individuele bescherming van mannen tegen HPV-geassocieerde ziekten (zoals genitale wratten en anus- en keelkanker).”

Zo zou het oorspronkelijk tegen baarmoederhalskanker ontwikkelde vaccin een wel heel andere toepassing krijgen… met de daarbij behorende markt.

Veiligheid van HPV-vaccinatie onbekend

Het is frappant dat de promovendus de veiligheid van de HPV-vaccinatie geheel buiten beschouwing heeft gelaten, vooral na de bezorgde uitspraken van een aantal hoogleraren in de media.

In 2008 werd al voor de negatieve “bij”werkingen van de HPV-vaccinatie gewaarschuwd. Op de website van Zembla staat te lezen: “Prof. F. van Leeuwen van het Nederlands Kanker Instituut is het oneens met de snelle invoering van het vaccin: ‘We weten nog niet of het vaccin echt wel baarmoederhalskanker voorkomt, we weten niet of het vaccin ernstige bijwerkingen heeft en we weten ook niet of er herhaalvaccinaties nodig zijn.’

Haar kritiek wordt gedeeld door Prof. H. Schellekens. Hij is lid van de commissie ter beoordeling van geneesmiddelen: ‘Zolang niet is vastgesteld of het vaccin kanker voorkomt en wat de werking en de bijwerkingen zijn, heb je het eigenlijk over een experiment.'”

Zembla
Zembla, het onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van BNNVARA, wijdde een uitzending aan de omstreden HPV-vaccinatie

Gevaren

In het HPV-Rapport van het onafhankelijke Belgische Instituut Reinier de Graaf namen onderzoekers de studie van fabrikant Merck over de HPV-vaccinatie met hun vaccin Gardasil® onder de loep. Het rapport meldde over de veiligheid: “De studies van Merck vertonen echter een belangrijke lacune i.v.m. de risico’s van de vaccinatie. Met name wordt geen rekening gehouden met de (soms dodelijke) gevaren van het blijkbaar noodzakelijke aluminium [om de antistofvorming te bevorderen] in het vaccin. Ook de placebogroep kreeg een placebovaccin met aluminium toegediend, waardoor het effect van het aluminium ten onrechte werd weggewerkt.”

Lucratieve HPV-vaccinatie

De vaccinmarkt is bijzonder lucratief. Vooral nu nieuwe gepatenteerde en dus enorm winstgevende medicatie uitblijft, stort de farmaceutische industrie zich op deze veelbelovende inkomstenbron. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie bedroeg de wereldmarkt voor vaccins in 2014 maar liefst $ 33 miljard. In het jaar 2000 was dit nog “slechts” $ 6 miljard. Volgens de prognose in een rapport van Technavio, een toonaangevend internationaal marktonderzoeksbureau, zal in 2020 de winst $ 61 miljard bedragen.

Groei van de vaccinmarkt
Groei van de vaccinmarkt van 2000 tot 2014

Met deze ongebreidelde en explosieve groei zijn vaccins de nieuwe melkkoe van de farmaceutische industrie. Ingehuurde PR- en mediabureaus proberen de positieve kanten van HPV-vaccinatie in de media te belichten, om zo bij te dragen aan de winst van de opdrachtgever.

Zoals u in het boek Dodelijke leugens. Artsen en patiënten misleid en ook hier kunt lezen, zal het niet de eerste keer zijn dat een commercieel belang boven de gezondheid van patiënten wordt gesteld.

Verzwegen belangenverstrengeling

Met de bovenstaande gegevens in het achterhoofd krijgt de studie van Donken een ander perspectief als u het volgende in overweging neemt:

De studie naar de HPV-vaccinatie is uitgevoerd door Robine Donken, werkzaam bij het RIVM dat sinds 2009 inent tegen HPV. Haar promotor, d.w.z. degene die haar begeleid heeft bij dit onderzoek en haar wellicht (zoals zo vaak gebeurt) suggesties heeft gedaan, is hoogleraar Chris Meijer, klinisch patholoog, medisch immunoloog en moleculair bioloog met bijzondere belangstelling voor baarmoederhalskanker. Deze man heeft diverse artikelen en commentaren geschreven in het Britse artsenblad The Lancet Oncology zonder daarbij aan de verplichting te voldoen om te vermelden dat hij “een kleine hoeveelheid aandelen” heeft in Delphi Biosciences, een bedrijf dat  handelt in oplossingen voor het screenen op baarmoederhalskanker, en een minderheidsbelang in Diassay, een bedrijf dat een testmethode (de GP5+/6+ PCR test) voor het humane papillomavirus (HPV) verkoopt. Deze belangen heeft hij zorgvuldig verzwegen. Toen het NRC ze aan het licht bracht moest hij opstappen als lid van de Gezondheidsraad.
Chris Meijer met HPV-belangen
Chris Meijer, hoogleraar pathologie bij het VUmc, moest opstappen als lid van de Gezondheidsraad vanwege verzwegen belangen in HPV-gerelateerde bedrijven.
Als een begeleidende professor jarenlang moedwillig belangenverstrengeling verzwijgt op hetzelfde of soortgelijke gebied als het onderwerp van een studie, maakt dat, met alle respect voor de promovendus, de studie-uitkomst op voorhand twijfelachtig. Dit is zeker het geval als er geen acht wordt geslagen op datgene wat echt onderzoek behoeft: de veiligheid.

Meer bijwerkingen dan andere vaccinaties

Uit een studie uit 2015  bleek bovendien dat vergeleken met andere immunisaties bijwerkingen bij HPV-vaccinaties vaker voorkomen. Het ging daarbij om symptomen zoals chronische pijn met tintelingen, hoofdpijn, vermoeidheid en een lage bloeddruk in staande houding.

In Engeland deed The Independent een onderzoek naar bijwerkingen van vaccinaties. De digitale krant verzocht de Britse regelgevende instantie die verantwoordelijk is voor de veiligheid van medicijnen, de Medicines and Healthcare products Regulatory Agency (MHRA), om informatie over de klachten te verstrekken. In het onderstaande staatje uit 2015 ziet u de klachten over verschillende vaccins. De meeste klachten betroffen de HPV-vaccins (Gardasil®, Cervarix® en Gardasil 9®) en waren bijna drie keer zoveel als die over nummer twee, griep vaccins.
Bijwerkingen van vaccins in Engeland
Gemelde bijwerkingen van vaccins in Engeland tussen 2005 en 2015 

Veel klachten bij Lareb

Het Nederlandse Bijwerkingencentrum Lareb ontving sinds de introductie van het HPV-vaccin Cervarix® in het Rijksvaccinatieprogramma in 2009 in zeven jaar tijd niet minder dan 1.436 meldingen over dit HPV-vaccin, waaronder 346 meldingen van klachten die langer dan twee maanden duurden. Lareb meldt dat de gerapporteerde “langdurige klachten een aanzienlijke impact op het dagelijkse leven van de meisjes en hun naasten hebben.” 
 bijwerkingencentrum Lareb: veel klachten over HPV-vaccinatie

Vaccinaties: nodig voor ons immuunsysteem?

Een gezond en een sterk immuunsysteem kan zonder vaccinaties het hoofd bieden aan de meeste infecties. Het dient van binnenuit middels goede en volwaardige voeding en waar nodig met voedingsmiddelensuppletie (vitaminen, probiotica) te worden opgebouwd. Koorts zou, mits niet levensbedreigend, niet met koortsverlagende middelen onderdrukt moeten worden, daar een temperatuursverhoging de prikkel is om het immuunsysteem aan te zetten en zo de specifieke ( verworven) immuniteit te trainen. Amerikaanse wetenschappers die onderzoek deden naar koorts en de thermische regulatie van immuniteit, concludeerden: “Er is toenemend bewijs dat de toename van 1 tot 4°C in kerntemperatuur die optreedt tijdens koorts geassocieerd is met een verbeterde overleving en oplossing van veel infecties.” Omgekeerd vonden ze  dat koortswerende middelen bij bijvoorbeeld griep de kans op sterfte vergroten.  

Suppletie tegen HPV

Een veelbelovende suppletie tegen het humane papillomavirus is een stof uit Japan die gewonnen wordt uit de schimmeldraden van de Shiitake en bekend staat als AHCC (Active Hexose Correlated Compound). AHCC heeft alfaglucanen als werkzaam bestanddeel en versterkt het immuunsysteem. Anders dan de vaccinatie heeft de stof geen enkele bijwerking of risico.

U kunt helpen!

Vindt u dit bericht interessant? Wilt u meer van dit soort informatie? Steun ons door uw donatie!

ValutaBedrag






Meer weten?

Belangenverstrengeling?  Farmaceutische marketing? Manipulatie van wetenschappelijk onderzoek? Meer weten over zaken die uw gezondheid in gevaar kunnen brengen? Krijg de feiten. Koop en lees het boek Dodelijke leugens. Artsen en patiënten misleidKlik nu op de groene knop hieronder.

Direct bestellen

Wilt u allereerst een kennismaking? Vraag nu gratis het eerste hoofdstuk aan!

Copyright © 2018 C.F. van der Horst, Per Veritatem Vis. Alle Rechten voorbehouden.

Belangenverstrengeling bij het CBG?

In Nederland bepaalt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) welke medicijnen op de markt worden toegelaten. Het zou een waakhond moeten zijn. Het college verricht echter geen onafhankelijk onderzoek om te beoordelen of de gemaakte claims over effectiviteit en veiligheid juist zijn. Is er sprake van belangenverstrengeling?

Door C.F. van der Horst

22 augustus 2015

CBG doet niet moeilijk voor de fabrikant

In plaats van een eigen studie stelt het CBG een beoordelingsrapport op over de onderzoeksopzet van de fabrikant en over alle testresultaten uit het registratiedossier dat door de farmaceutische producent is ingediend. Aan de hand van de aangeleverde gegevens wordt van het geneesmiddel de balans werkzaamheid/ schadelijkheid opgemaakt. Het onderzoek in het dossier is door de fabrikant zelf opgezet en uitgevoerd. Men kan het daardoor zonder problemen manipuleren door o.a. een voor de producent gunstige opzet en statistische bewerking. Hierdoor is het niet bijster moeilijk om van het CBG een handelsvergunning voor de Nederlandse markt te krijgen. Omdat er een geldstroom vanuit de industrie naar het college gaat, is belangenverstrengeling niet ondenkbaar.

Is er belangenverstrengeling bij het CBG?
Is er belangenverstrengeling bij het CBG?

Statistische manipulatie

Over de statistische bewerking zoals dat bij gerandomiseerd klinisch onderzoek (RCT’s) het geval is, schreef de arts en voormalig klinisch onderzoeker James Penston in zijn boek Stats.con: “Meer dan vijftig jaar heeft onderzoek op basis van statistieken bepaald hoe we de oorzaak van ziekte en de effectiviteit van nieuwe behandelingen onderzoeken. Het wordt wijd en zijd gerespecteerd door academici en onderzoekers en vertrouwd door hen die de gegevens eruit gebruiken. Wanneer we nauwkeurig kijken, vinden we dat onderzoek op basis van statistieken met fouten doorspekt is, niet tegen onafhankelijke testen bestand is en een solide basis ontbeert. Het belangrijkst is nog dat het weinig van enige waarde heeft opgeleverd. De gevolgen voor de praktijk van geneeskunde — en andere onderzoeksgebieden — zijn immens.”

Onafhankelijkheid en integriteit

Met het nalaten van onafhankelijk onderzoek schiet het CBG tekort. Toch lijkt de doelstelling van het college in orde. De website van het CBG meldt: “Het CBG wil de wetenschappelijke basis onder de beoordelingen verbeteren, en het beoordelingsproces zo efficiënt mogelijk doorlopen.” In de brochure Strategisch Business Plan 2014-2018 staat te lezen: “Onafhankelijkheid en integriteit blijven van het grootste belang van alle werkzaamheden van het CBG. Dit geldt voor het CBG als geheel, maar evenzeer voor de individuele leden en medewerkers van het College en de externe experts die worden ingezet. Tegelijkertijd vereist de voor het werk van de CBG noodzakelijke deskundigheid interactie met de wetenschappelijke wereld en de medische praktijk. Ook is een dialoog met het bedrijfsleven vereist om het beoordelingssysteem goed te laten verlopen. Het CBG waakt er echter voor dat zijn onafhankelijke rol niet in het gedrang komt.”

Mooie woorden, maar wat komt er van deze intentieverklaring in de praktijk terecht? Is er inderdaad een onafhankelijke rol of bestaat er belangenverstrengeling?

Prof.dr. Douwe Breimer: belangenverstrengeling
Belangenverstrengeling van Prof. dr. Douwe Breimer: voorzitter van de  Raad van Advies van het CBG en (verzwegen) lid van de Adviesraad van OctoPlus N.V., een beursgenoteerd farmaceutisch bedrijf

Belangenverstrengeling

De praktijk is niet zo fraai. Allereerst is het CBG niet verschoond van financiële belangenverstrengeling met de farmaceutische industrie. Zo is de voorzitter van de  Raad van Advies van het CBG, prof. dr. Douwe Breimer, sinds 2007 lid van de Adviesraad van OctoPlus N.V., een beursgenoteerd farmaceutisch bedrijf in Leiden. Dat hij tegelijkertijd met vaccin-lobbyist Prof.dr. Ab Osterhaus tot de raad toetrad is wel heel toevallig. Op de website van het  CBG wordt dit belangenconflict verzwegen. Wel wordt zijn functie als Voorzitter Raad van Commissarissen Life Sciences Partners (LSP) Amsterdam genoemd. LSP profileert zich als een “een pan-Europese investeerder gespecialiseerd op het gebied van gezondheidszorg en biotechnologie” met als klanten farmaceutische, diagnostische en biotech bedrijven. Zo stond LSP aan de wieg van Crucell, inmiddels wereldleider op het gebied van vaccins en antistoffen ter preventie en bestrijding van infectieziekten. Crucell werd in 2011 als het grootste Europese biotech-bedrijf verkocht aan Johnson & Johnson voor $ 2,3 miljard.

Octoplus: farmaceut met beursnotering
Octoplus: farmaceut met beursnotering

Wetenschap te koop

Ten tweede is er de interactie met de wetenschappelijke wereld—die wereld is niet zo neutraal en objectief dat men deze zonder meer als betrouwbaar kan aanmerken. Wetenschappers blijken te koop en worden vaak als marketinginstrument ingezet. Dit onderwerp (onder andere) wordt in het boek Dodelijke Leugens. Artsen en patiënten misleid uitvoerig behandeld en daardoor kunt u een goed gedocumenteerd beeld vormen over de marketingstrategieën die door de farmaceutische industrie worden gebruikt. Studies die door die bedrijfstak gefinancierd worden, vallen opvallend vaak positief uit vergeleken met onafhankelijke studies over hetzelfde onderwerp. Reeds bij het onderzoek bestaat er belangenverstrengeling.

Een voorbeeld uit het boek is de analyse die de internist Gisela Schott in het Deutsche Ärzteblatt publiceerde over de invloed van de farmaceutische industrie op de uitkomst van onderzoeken in de jaren 2002 t/m 2009: “Haar conclusie was dat ‘Gepubliceerde geneesmiddelenonderzoeken die door farmaceutische bedrijven gefinancierd zijn of waar bij de auteurs ervan een financieel belangenconflict aanwezig is, laten vaker een voor het farmaceutische bedrijf gunstig resultaat zien dan uit andere bronnen gefinancierd onderzoek. Bovendien zijn de resultaten ook vaker ten gunste van de sponsor geïnterpreteerd dan bij onafhankelijk gefinancierd onderzoek. Er was bewijs dat farmaceutische ondernemingen het studieprotocol in hun voordeel beïnvloedden.'”

Internist Gisela Schott: door farmaceutische bedrijven gefinancierd geneesmiddelenonderzoek is vaker positief voor het bedrijf.
Internist Gisela Schott: door farmaceutische bedrijven gefinancierd geneesmiddelenonderzoek is vaker positief voor het bedrijf.

De interactie met de wetenschappelijke wereld heeft alleen zin indien het onderzoek door onafhankelijke wetenschappers wordt uitgevoerd.

Financiering door de farmaceutische industrie

Dan bestaat er nog een derde aspect die van de CBG doelstelling compleet gebakken lucht maakt. Het dagblad Trouw schreef op 24 oktober 2008 dat er “jaarlijks in Nederland meer mensen door verkeerd pillengebruik dan in het verkeer overlijden. Maar anders dan in de verkeerssituatie speelt de discussie over en uiteindelijk ook de beoordeling van de veiligheidsrisico’s van het pilgebruik zich in een schemerwereld af.” Farmaceuten houden bijwerkingen van hun middelen uit de openbare rapportage en het CBG laat het gebeuren. Over het waarom vervolgde Trouw: “Het toezichthoudend College wordt voor meer dan negentig procent gefinancierd door de industrie die het moet controleren.” met een dergelijke afhankelijkheid bestaat er een duidelijke belangenverstrengeling.

Twee jaar later bleek de situatie verergerd. Onderzoeksjournalist Joop Bouma beschreef in 2010 de situatie bij het CBG als volgt: “Er is nog veel geheimzinnigheid in de pillensector, vrijwel alle dossiers beschouwt het CBG als vertrouwelijk. Wie een document opvraagt, moet niet raar opkijken als grote lappen tekst met dikke viltstiften zwart en onleesbaar zijn gemaakt. Het CBG beschermt belangen van de farmaceutische industrie, maar ook  die van de patiënt. Een ingewikkelde vervlechting van taken. De toezichthouder drijft  daarbij bijna volledig op geld van de farma industrie. Van de 38 miljoen die het CBG vorig jaar [2009] aan baten ontving, was 37 miljoen afkomstig van de farmaceutische industrie . De fabrikanten betalen fors voor beoordelingen van geneesmiddelen voor mens en dier en voor het instandhouden van de registratie van toegelaten geneesmiddelen.”

Het jaarverslag van 2014 van het CBG onderstreepte de horige positie ten opzichte van de farmaceutische industrie: “CBG is een organisatie die afhankelijk is van de marktvraag van de farmaceutische industrie en van diverse ontwikkelingen binnen de geneesmiddelenketen,” aldus Marieke Buiten-Huls, financieel adviseur bij het CBG. Die afhankelijkheid werd geïllustreerd door de cijfers: het College werd voor 98% door de industrie gefinancierd (41.690.000 euro van het farmaceutische bedrijfsleven ten opzichte van 790.000 euro van de overheid).

Het is geen wonder dat het CBG medicijnfabrikanten zeer ter wille is: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Commercieel boven algemeen belang

Een voorbeeld van hoe het CBG aan de hand loopt van de farmaceutische industrie is de Strattera-zaak. Strattera is een middel dat wordt ingezet bij ADHD. De Engelse zusterorganisatie van het CBG, de Medicines and Healthcare products Regulatory Agency (MHRA) werd geïnformeerd door de fabrikant Eli Lilly dat, ondanks dat het middel al op de markt was, er bij nader inzien een belangrijk verhoogd aantal zelfmoorden optraden als gevolg van het gebruik van Strattera. MHRA besloot tot een nieuw onderzoek. In Nederland volstond het CBG met een waarschuwing die ze later aanscherpte naar aanleiding van de Engelse onderzoekgegevens.

Nederland comité voor de rechten van de mens

Het Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens (NCRM) vond dat niet volstaan en wilde de feiten boven tafel. Het deed een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Het WOB-verzoek verlangde de vrijgave van het volledige rapport dat in het bezit van het College was. Immers, het was het CBG dat, gebaseerd op dat rapport, goedkeuring voor registratie had gegeven en zo toegang tot de Nederlandse markt had verleend. Na een touwtrekkerij van twee jaar gaf het eindelijk 95% van het rapport vrij, waarbij de belangrijke pagina’s over maar liefst 20 zelfmoorden van kinderen geheel zwart gemaakt werden. Het College had dit niet hoeven te doen, maar wilde daarmee de commerciële belangen van Eli Lilly beschermen. Hierdoor bleven details over de fatale bijwerkingen geheim. In plaats dat het orgaan het belang van de Nederlandse belastingbetaler beschermde en deze belangrijke gegevens openbaar maakte, koos het College partij van de financierende fabrikant.

Niets aan de hand

In antwoord op kamervragen in verband met vermeende belangenverstrengeling van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen schreef Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 14 januari 2014: “Artikel 126ter van de richtlijn [2001/83/EG] bepaalt dat bestuursleden en medewerkers van de nationale geneesmiddelenautoriteiten geen belangen mogen hebben die hun onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden. Dit geldt ook voor externe deskundigen die zij raadplegen. Deze norm vergt uiteraard nadere en concrete uitwerking. Het CBG valt onder de werkingssfeer van de Kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen (Kaderwet ZBO’s). De bestuursleden van het CBG vallen onder artikel 13 van deze wet, dat een regeling bevat over nevenfuncties en onafhankelijkheid die voor bestuursleden van alle ZBO’s in Nederland gelden. Voor het personeel dat het College ondersteunt geldt artikel 8 lid 2 van de Geneesmiddelenwet. Hierdoor is op wetsniveau een globale regeling getroffen voor incompatibiliteiten.

Het CBG heeft daarnaast een eigen gedragscode. De gedragscode staat op de website van het CBG. Er is volstrekte openheid over de functies en nevenfuncties van de leden van het CBG; ook deze staan op de website van het CBG, alsmede een verklaring omtrent hun belangen over ten minste de afgelopen vijf jaar. Deze verklaringen worden jaarlijks vernieuwd.”

Volgens de minister was er niets aan de hand. Haar bewering dat er “volstrekte openheid over de functies en nevenfuncties” bestond, steekt echter schril af tegen de al acht jaar verzwegen nevenfunctie van prof.dr. Douwe Breimer en maakt haar oordeel op zijn minst twijfelachtig.

CBG: schoothond?

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen zou een waakhond ter bescherming van de Nederlandse patiënt en het openbaar belang moeten zijn. Door de alleen al de financiering is het CBG niet meer onafhankelijk. Door deze belangenverstrengeling is het college verworden tot een schoothond.


U kunt helpen!

Vindt u dit bericht interessant? Wilt u meer van dit soort informatie? Steun ons door uw donatie!

ValutaBedrag






Meer weten?

Hoe kritisch moet u zijn over de officiële richtlijnen van overheidscommissies? Hoe kunt u onderscheid maken tussen goede en slechte aanbevelingen? Wat is de invloed van de farmaceutische lobby?

Krijg de feiten. Koop en lees het boek Dodelijke leugens. Artsen en patiënten misleid. Klik nu op de groene knop hieronder.

Direct bestellen

 

 

Wilt u allereerst een kennismaking? Vraag nu gratis het eerste hoofdstuk aan!


Copyright © 2015 C.F. van der Horst, Per Veritatem Vis. Alle Rechten voorbehouden.