Dodelijke Leugens over GGO’s (GMOs)

Genetisch gemodificeerde organismen of afgekort GGO’s (GMOs in het Engels) zijn de toekomst, zegt men. Bij het gewas wordt een stukje genetische informatie veranderd wat een hogere agrarische opbrengst en in sommige gevallen een  betere voedingskwaliteit zou opleveren.  Met het oog op de explosief groeiende wereldbevolking zijn dit belangrijke zaken, zo luidt de boodschap die biotech giganten zoals Monsanto, Syngenta en Bayer CropScience de wereld in sturen en via PR bureau’s in kranten en (gerenommeerde) tijdschriften krijgen.

Kent u de (dodelijke) leugens over GGO’s?

Door C.F. van der Horst

Email

Als men de boodschap van de industrie mag geloven zijn GGO’s veilig en onmisbaar. Wat hiervan waar is leest u in de onderstaande  vijf leugens over deze gemanipuleerde gewassen.

De 6 grootste GGO bedrijven wereldwijd: kent u de dodelijke leugens over GGO's?
De 6 grootste GGO bedrijven wereldwijd: kent u de dodelijke leugens over GGO’s?

DODELIJKE LEUGENS OVER GGO’s

Leugen 1: We hebben GGO’s nodig om de voortdurend groeiende wereldbevolking te voeden

Volgens Greenpeace hebben we een voedseloverschot van anderhalf keer de wereldbevolking. Dat er honger bestaat, wordt niet door een tekort aan voedsel veroorzaakt, maar door slechte logistiek (opslag en distributie).

De opbrengst van genetisch gemodificeerde (GG) gewassen is niet noodzakelijkerwijs groter: een studie aan de universiteit van Wisconsin vond dat bij sommige GG-gewassen de oogst groter was, maar bij weer andere was die van conventionele teelt groter. Vergroting van de oogst kan ook zonder DNA manipulatie: onderzoek aan de universiteit van Michigan vond dat biologische landbouw tot drie keer zo veel voedsel als conventionele landbouw kan opleveren.

Dr. Charles Penbrook: GGO's vergroten het pesticidengebruik
Dr. Charles Benbrook: GGO’s vergroten het pesticidengebruik

Dr. Charles Benbrook, research professor aan het Center for Sustaining Agriculture and Natural Resources aan de Washington State University, waarschuwde dat GGO’s, met name die “glyfosaat bestendig” zijn, het gebruik van pesticiden vele malen vergroot, waardoor de akkers letterlijk vergiftigd worden. Op de lange termijn kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor a. überhaupt enige opbrengst en b. de bruikbaarheid van de oogst.

Leugen 2: GGO’s zijn bewezen veilig

Het is droevig dat er geen enkel solide bewijs bestaat dat GGO’s veilig zijn. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) toetst aan een pseudo-wetenschappelijke standaard: die van wezenlijke gelijkwaardigheid. Deze maatstaf gaat ervan uit dat als een aantal hoofdbestanddelen (zoals proteïnen, koolhydraten, vitaminen en mineralen, aminozuren, vetzuren, vezels, isoflavonen en lecithinen) gelijkwaardig zijn aan die van de oorspronkelijke plant,  de gemodificeerde variant veilig is.

De Britse professor Erik Millstone had geen goed woord voor over dit richtsnoer: “Wezenlijke gelijkwaardigheid is een pseudo-wetenschappelijk begrip omdat het een commercieel en politiek oordeel onder het mom van wetenschap is. Het is bovendien inherent anti-wetenschappelijk, omdat het vooral gecreëerd werd als excuus voor het niet verplichten tot biochemische of toxicologische proeven. Het dient derhalve om potentieel informatief wetenschappelijk onderzoek te ontmoedigen en te remmen.”  Voor de industrie is het gunstig dat er geen grondig onderzoek gedaan behoeft te worden. Volgens Millstone scheelt het per gewas minstens vijf jaar en $ 25 miljoen die men in R&D zou moeten stoppen, indien men hiertoe verplicht zou worden.

De professor van de universiteit in Londen haalde ook dr. Harry Kuiper van het Rijks Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten (RIKILT) aan.  In 1998, net nadat de Wageningse onderzoeker als nevenactiviteit voor de lobby-instelling International Life Sciences Institute (ILSI) ging werken, uitte hij vanwege “onbekende anti-nutriënten en toxinen” zijn twijfels over de maatstaf van wezenlijke gelijkwaardigheid. Immers, men kan geen stoffen testen waarvan men het bestaan (nog) niet weet.

Een groot manco bij de toetsing is dat  men geen lange termijn onderzoek gebruikt. Mogelijk is de reden ervoor dat de tot dusver enige lange termijn studie over GGO’s (die van Gilles-Eric Séralini), liet zien dat ratten die met GG-maïs gevoed werden, enorme tumoren kregen.

Een bewijs van de dodelijke leugens over GGO’s: ratten gevoed met GGO-maïs vertonen grote tumoren.
Een bewijs van de dodelijke leugens over GGO’s: ratten gevoed met GGO-maïs vertonen grote tumoren.

Diverse wetenschappers, zoals dr. Árpad Pusztai uit Engeland, de Australische Judy A. Carman, dr. Bélin Mezzomo uit Brazilië en Hilbeck en Schmidt uit Zwitserland stelden onafhankelijk van elkaar vast dat er gezondheidsrisico’s kleven aan GGO’s en dat verder, vooral lange termijn onderzoek dringend nodig was.

In 2014 stelde dr. Carman en haar collega’s vast dat er maar weinig solide basis voor goedkeuring bestaat: “Onze zoektocht vond 21 studies voor de negen (19%) uit de 47 gewassen die goedgekeurd zijn voor menselijke en/of dierlijke consumptie. We konden geen studies over de andere 38 (81%) goedgekeurde gewassen. Veertien van de 21 studies (67%) waren algemene gezondheidsevaluaties over de GG-gewassen voor de gezondheid van ratten. De meeste van deze studies (76%) werden uitgevoerd nadat het gewas was goedgekeurd voor menselijke en/of dierlijke consumptie [Nadruk toegevoegd]. De helft ervan werd ten minste negen jaar na goedkeuring gepubliceerd. Ons onderzoek ontdekte ook een inconsistentie in de methodologie en een gebrek aan gedefinieerde criteria voor de resultaten die toxicologisch of pathologisch significant zou worden beschouwd. Daarnaast was er een gebrek aan transparantie in de methoden en resultaten, die vergelijkingen tussen de studies bemoeilijkt. Het hier bestudeerde bewijs toont een onvolledig beeld met betrekking tot de toxiciteit (en veiligheid) van genetisch gemodificeerde producten die  door mensen en dieren geconsumeerd worden.”

De website van de World Health Organization (WHO) beweert dat de huidige GGO’s op de markt veiligheidstoetsing door nationale overheden hebben ondergaan Echter, zoals u in het bovenstaande verhaal kunt lezen, is niets minder waar.

Een in november 2016 gepubliceerde Britse studie vergeleek de originele maïs plant (de “isogene controle”) met de genetisch gemodificeerde dochter (NK603). De resultaten schoten de norm van wezenlijke gelijkwaardigheid definitief uit het water, want uit metingen bleek dan de dochter op diverse terreinen wezenlijk anders was. De onderzoekers concludeerden: “Onze resultaten van de moleculaire profiling tonen aan dat NK603 en de isogene controle niet wezenlijk gelijkwaardig zijn.” Dit betekent dat de basis waarop genetisch gemodificeerde planten (ook in Europa!) goedgekeurd zijn, niet deugt en geheel niets zegt over veiligheid en gevaar.

Leugen 3: De overheid laat toch niet zo maar onveilige voeding op de markt — die onderzoekt dat toch?

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Wilma Mansveld, beantwoordde kamervragen over GGO’s namens de staatssecretaris van Economische Zaken (Sharon Dijksma) en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Edith Schippers) op 2 september 2014. Ze verklaarde onder andere: “De regels voor markttoelatingen zijn een één op één vertaling van de Europese regels.” Deze regels zijn afkomstig van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Wie heeft de regels voor de EFSA opgesteld? Een GGO-panel wetenschappers. Zoals u in het boek Dodelijke leugens. Artsen en patiënten misleid kunt lezen is dit panel verre van objectief. Sterker nog, de basis voor de richtlijnen werd neergezet door de eerder genoemde Harry Kuiper. Samen met dr. Gijs Kleter en dr. Esther Kok schreef hij een rapport voor de industriële lobbygroep ILSI met richtlijnen voor de goedkeuring van GGO’s.

Dr. Ir. Harry Kuiper, inmiddels gepensioneerd: 's lands grootste GGO lobbyist.
Dr. Ir. Harry Kuiper, inmiddels gepensioneerd: ‘s lands grootste GGO lobbyist.

Toen Kuiper voorzitter van EFSA’s GGO-panel was en Kleter en nog andere pro-GGO-leden deel uitmaakten van dat panel, was het een fluitje van een cent om de industriële opdrachtgevers te behagen. Het rapport van het ILSI kwam uit toen het instituut nog als onafhankelijk gezien werd en nog niet ontmaskerd was als een industriële lobby-groep. Het werd bijna woordelijk overgenomen door de EFSA. De snelle en goedkope standaard van wezenlijke gelijkwaardigheid om een nieuw GG-gewas goedgekeurd te krijgen werd onder Kuiper’s leiderschap DE Europese standaard. Met het nieuwe Nederlandse Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 — op 1 april 2014 vastgesteld en op 30 april 2014 in het Staatsblad gepubliceerd — is Kuiper’s lobbywerk nu ook in ons land effectief.

Leugen 4: De voedingswaarde van GGO’s is beter

Een vermeend voordeel dat regelmatig wordt opgebracht is dat bijvoorbeeld “gouden rijst” extra vitamine A zou verschaffen aan kinderen die de vitamine hard nodig hebben — het zou blindheid kunnen voorkomen. Dit effect zou echter alleen bereikt kunnen worden, als de kinderen per dag een paar kilogram ervan zouden eten, hetgeen op een praktisch probleem stuit. Greenpeace zegt over dit GGO-product: “‘Gouden’ rijst is al bijna 20 jaar in ontwikkeling en heeft nog steeds geen impact gemaakt over de prevalentie van vitamine A-tekort.” Ook hier geldt dat er een uitstekend alternatief is met gewassen van biologische teelt die meer voedingswaarde hebben dan hun conventionele tegenhangers. Die onbespoten gewassen hebben het niet onbelangrijke bijkomende voordeel dat niet alleen  uw voeding verschoond blijft van pesticiden, maar dat ook onze akkers niet vervuild worden.

Dodelijke leugens. Artsen en patiënten belicht het verhaal van genetisch gemodificeerde organismen in detail zodat u niet alleen de achtergronden van deze dodelijke leugens over GGO’s snapt, maar ook de betere alternatieven kent.

Leugen 5: Studies die laten zien dat er gezondheidsrisico’s zijn, werden slecht uitgevoerd

Het is interessant om te zien dat alleen de studies die op het gevaar van GGO’s duiden, ondermaats zouden zijn. Daarenboven worden vermeende tekortkomingen van studies die op risico’s wijzen, breed uitgemeten in de pers.  Het is saillant dat pro-GGO onderzoeken nooit worden aangevallen, alsof die perfect zouden zijn. Dit opmerkelijke verschil is statistisch niet mogelijk. Als de pro-GGO studies aan dezelfde toets onderworpen zouden worden, kan men de betrokken onderzoekers  dezelfde verwijten maken. Misschien zelfs nog meer, want de wetenschappers die GGO’s aan de kaak hebben gesteld, zoals Pusztai en Séralini, waren niet de eerste de beste. Ze waren alom gerespecteerd en gelouterd—voor ze de risico’s van GGO aan het licht brachten. En opeens zouden ze slechte wetenschap bedrijven?

Professor Gilles-Eric Séralini
Professor Gilles-Eric Séralini

Er wordt met twee maten gemeten. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) reageerde op bezorgdheid over GGO’s door naar een studie van Chelsea Snell te verwijzen en zo de schokkende resultaten van Séralini te weerleggen. Snell vond in haar studie dat er geen enkel probleem met GGO’s bestond, maar uit een analyse van de studies die in Snell’s overzicht opgenomen waren, bleek dat geen ervan voldeed aan de dezelfde wetenschappelijke normen die door de NWVA en de EFSA werden toegepast om de Fransman te bekritiseren. Maar zelfs al zou de studie van Séralini niet perfect zijn (welke is dat wel?), de foto’s hierboven van de tumors van met GG-maïs gevoerde ratten spreken dikke, dikke boekdelen.


Heeft het eten van vlees van dieren die met GGO-voedsel gevoerd zijn, gevolgen voor onze gezondheid? Hoe stabiel is het gemodificeerde DNA? Hebben testvelden met GG-gewassen gevolgen voor aangrenzende akkers?

Krijg de feiten. Koop en lees nu Dodelijke leugens. Artsen en patiënten misleid.

Wilt u allereerst een kennismaking? Vraag nu gratis het eerste hoofdstuk aan!

 

 

Copyright © 2015 C.F. van der Horst, Per Veritatem Vis. Alle Rechten voorbehouden.

Email

ARTSEN EN PATIËNTEN MISLEID